Voor
fietscomputers is de wielomtrek nodig.
Een
slechte manier is een meetlint om je wiel te leggen.
Dan zit je zo enkele cm fout vanwege de dikte van het lint
en de onbelaste band.
Een slechte manier is ook, je fiets plat te leggen en de
diameter van je wiel te meten en die waarde dan met 3.14159
(PI) te vermenigvuldigen. Wat je dan meet is niet de
EFFECTIEVE omtrek. De band wordt tijdens het fietsen
namelijk ingedrukt en de afstand tussen as en wegdek wordt
dan enkele milimeters minder. De te behalen nauwkeurigheid
in de wielomtrek is op deze manier pakweg 1% maar omdat je
de onbelaste band hebt, begin je al met een fout van
ongeveer 2,5% : je meet dat je meer gereden hebt dan
werkelijk waar is.
Hoe dan wel de omtrek meten ?
Zet je fiets met het ventiel precies naar beneden op de weg
en markeer de positie van het ventiel op het wegdek. Ga op
je fiets zitten en steunend op een helper laat je de het
wiel 10 maal over de weg rondgaan. Netjes rechtuit fietsen,
bijvoorbeeld over de stoepband of de witte wegdekbelijning.
Dan markeer je weer de positie van het ventiel. Met een goed
meetlint meet je de afgelegde weg. Dat kan wel met een
nauwkeurigheid van +/- 5 cm of minder. Als de afgelegde weg
ca 20 meter is, dan heb je een nauwkeurigheid van ca. 0.25
%.
|
14 X 1.50 |
102 |
|
24 X 1-1/4 |
191 |
|
26 X 1.75 |
202 |
|
650 X 38B |
211 |
|
14 X 1.75 |
106 |
|
24 X 1.75 |
189 |
|
26 X 1.95 |
205 |
|
700 X 18C |
207 |
|
16 X 1.50 |
119 |
|
24 X 2.00 |
192 |
|
26 X 2.00 |
206 |
|
700 X 19C |
208 |
|
16 X 1.75 |
120 |
|
24 X 2.125 |
196 |
|
26 X 2.10 |
207 |
|
700 X 20C |
209 |
|
18 X 1.50 |
134 |
|
26 X 7/8 |
192 |
|
26 X 2.125 |
207 |
|
700 X 23C |
210 |
|
18 X 1.75 |
135 |
|
26 X 1(59) |
191 |
|
26 X 2.35 |
208 |
|
700 X 25C |
211 |
|
20 X 1.75 |
152 |
|
26 X 1(65) |
195 |
|
26 X 3.00 |
217 |
|
700 X 28C |
214 |
|
20 X 1-3/8 |
162 |
|
26 X 1.25 |
195 |
|
27 X 1 |
215 |
|
700 X 30C |
217 |
|
22 X 1-3/8 |
177 |
|
26 X 1-1/8 |
190 |
|
27 X 1-1/8 |
216 |
|
700 X 32C |
216 |
|
22 X 1-1/2 |
179 |
|
26 X 1-3/8 |
207 |
|
27 X 1-1/4 |
216 |
|
700C TUBULAR |
213 |
|
24 X 1 |
175 |
|
26 X 1-1/2 |
210 |
|
27 X 1-3/8 |
217 |
|
700 X 35C |
217 |
|
24 X 3/4 TUBULAR |
178 |
|
26 X 1.40 |
200 |
|
650 X 35A |
209 |
|
700 X 38C |
218 |
|
24 X 1-1/8 |
179 |
|
26 X 1.50 |
201 |
|
650 X 38A |
212 |
|
700 X 40C |
220 |
Koninklijk besluit van 1 december 1975
houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer
en van het gebruik van de openbare weg. (B.S. 09.12.1975)
Artikel 43bis: Fietsers in groep
- bron:
www.wegcode.be
43bis1.
Dit artikel is slechts van
toepassing op groepen van
15
tot 150
fietsers. De groepen van
meer
dan 50
deelnemers moeten worden vergezeld door ten minste twee
wegkapiteins. De groepen van
15 tot 50
deelnemers mogen worden vergezeld door ten minste twee
wegkapiteins.
43bis2.1.
De wielertoeristen die in een
groep van
ten
minste 15 tot ten hoogste 50
deelnemers rijden, zijn niet verplicht de fietspaden te
volgen en zij mogen bestendig met twee naast elkaar op de
rijbaan rijden op voorwaarde dat zij gegroepeerd blijven.
43bis2.2.
Zij mogen voorafgegaan en gevolgd worden, op
een afstand van ongeveer 30 meter, door een begeleidende
auto; indien er slechts één begeleidende auto is, moet deze
de groep volgen.
43bis2.3.
Indien deze groep vergezeld wordt door door
wegkapiteins, zijn de bepalingen van artikel 43bis3.3.1° en
2° van toepassing.
43bis.3.1.
De fietsers die in een groep van
ten
minste 51 tot ten hoogste 150
deelnemers rijden, zijn niet verplicht de fietspaden te
volgen en zij mogen bestendig met twee naast elkaar op de
rijbaan rijden op voorwaarde dat zij gegroepeerd blijven.
43bis.3.2.
Zij moeten voorafgegaan en gevolgd worden, op
een afstand van ongeveer 30 meter, door een begeleidende
auto.
43bis3.3.
1°
De wegkapiteins waken over het goed verloop van de tocht.
Deze wegkapiteins moeten ten minste
21
jaar
oud zijn en zij moeten om de linkerarm een band dragen met,
horizontaal, de nationale kleuren en, in zwarte letters op
de gele strook, het woord
"wegkapitein".
2°
Op de kruispunten waar het verkeer niet geregeld wordt door
verkeerslichten, mag ten minste één van de wegkapiteins het
verkeer in de dwarswegen stilleggen op de wijze bepaald in
artikel 41.3.2., terwijl de groep met inbegrip van de
twee begeleidende voertuigen oversteekt.
43bis4.
De fietsers die met twee naast elkaar rijden
mogen slechts van de rechter rijstrook van de rijbaan
gebruik maken; indien de rijbaan niet in rijstroken verdeeld
is mogen zij niet meer dan een breedte gelijk aan die van
een rijstrook en in geen geval meer dan de helft van de
rijbaan in beslag nemen.
43bis5.
Op het dak van de begeleidende
auto's moet een blauw bord aangebracht zijn met de
afbeelding van het verkeersbord
A51
en eronder het symbool in 't wit van een fiets.
Dit bord moet op een zodanige wijze aangebracht zijn op het
voertuig dat de groep voorafgaat, dat het voor de
tegenliggers goed zichtbaar is en, op het achteropkomend
voertuig, dat het goed zichtbaar is voor het achteropkomend
verkeer.
A51
De Minister van Verkeerswezen bepaalt de
minimum afmetingen van deze signalisatie.